In Andhe Andhe Lumut kwamen cultuur, persoonlijke ontwikkeling en verbinding tussen generaties samen. De productie betekende voor de maker meer dan alleen het neerzetten van een voorstelling: het werd een zoektocht naar de eigen Surinaams-Javaanse roots en naar de betekenis van cultureel erfgoed in het heden. De samenwerking met deelnemers en Javaanse vrienden en leermeesters uit Indonesië liet zien dat cultuur niet alleen wordt bewaard in verhalen en archieven, maar vooral levend blijft door haar samen te beleven en door te geven.
Als je terugkijkt op Andhe Andhe Lumut, wat is dan het eerste wat bij je opkomt?
Het eerste woord dat bij mij opkomt is groei. Natuurlijk ben ik ontzettend trots op wat we uiteindelijk op het podium hebben neergezet, maar als je mij vraagt wat Andhe Andhe Lumut persoonlijk voor mij betekent, denk ik eigenlijk niet als eerste aan de voorstelling. Ik denk aan alles wat daarvoor gebeurde. Aan de mensen, de repetities, de gesprekken, de uitdagingen, de confrontaties en ook aan mijn eigen ontwikkeling gedurende het proces. Er is onderweg zoveel gebeurd dat je aan de buitenkant niet hebt kunnen zien. Achteraf realiseer ik me dat wij niet alleen bezig waren met het maken van een voorstelling. We waren allemaal op onze eigen manier in beweging.
Was jouw persoonlijke zoektocht naar je Javaanse roots daar ook onderdeel van?
Absoluut. Ik ben Surinaams-Javaans. Mijn voorouders zijn vanuit Java naar Suriname gekomen en uiteindelijk heeft mijn eigen levenspad mij naar Nederland gebracht. Daardoor draag ik eigenlijk meerdere werelden in mij. Ik ben gevormd door Suriname, mijn wortels liggen voor een belangrijk deel op Java en mijn leven speelt zich af in Nederland. Lange tijd was dat voor mij gewoon mijn achtergrond. Naarmate ik ouder werd, begon ik daar veel bewuster naar te kijken. Wat betekent het eigenlijk om Javaanse roots te hebben? Welke waarden hebben mijn voorouders meegenomen? Wat is onderweg behouden gebleven, wat is veranderd en wat zijn we misschien kwijtgeraakt?
Ik merkte dat alleen weten waar mijn familie vandaan komt voor mij niet meer voldoende was. Ik wilde het begrijpen en vooral ervaren. Niet omdat ik op zoek was naar een identiteit die ik niet had, maar omdat ik nieuwsgierig werd naar de lagen van de identiteit die er al waren. Andhe Andhe Lumut heeft daarin opnieuw een deur geopend.
Denk je dat mensen met een koloniale of migratieachtergrond dat herkennen?
Ik denk het wel. Veel van ons hebben delen van onze cultuur heel vanzelfsprekend meegekregen: via onze ouders en grootouders, het eten, de muziek, bepaalde woorden, gebruiken, humor, omgangsvormen en familieverhalen. Tegelijkertijd zijn er soms ook gaten. Dingen waar niet over werd gesproken, een taal die langzaam minder werd gesproken of gebruiken waarvan je de vorm nog kent, maar niet altijd meer weet waarom ze bestaan.
Daar kun je met verdriet of boosheid naar kijken en daar mag absoluut ruimte voor zijn. Onze geschiedenis hoeft niet mooier gemaakt te worden dan zij was. Maar voor mij persoonlijk is mijn zoektocht niet ontstaan vanuit boosheid. Ik wil niet dat alleen het verlies bepaalt hoe ik naar mijn afkomst kijk. Onze geschiedenis vertelt namelijk óók een verhaal van ongelooflijke veerkracht. Onze voorouders kwamen onder zeer moeilijke omstandigheden in een ander deel van de wereld terecht en toch namen zij hun taal, muziek, eten, waarden, gebruiken en verhalen mee. Ze bouwden opnieuw een gemeenschap op. Dat vind ik ontzettend krachtig.
Wat betekende Andhe Andhe Lumut daarin voor jou?
Voor mij stond deze productie precies op dat kruispunt tussen verleden, heden en toekomst. We namen een Javaans verhaal en brachten dat in Nederland opnieuw tot leven, met mensen die allemaal hun eigen relatie tot die cultuur hebben. Sommige deelnemers staan heel dicht bij hun Javaanse roots, anderen zijn juist nog zoekende en weer anderen kwamen vanuit een heel andere achtergrond binnen. En toch konden we samen hetzelfde verhaal dragen.
Dat heeft mij opnieuw laten zien dat cultureel erfgoed niet statisch is. Je kunt cultuur natuurlijk vastleggen in boeken, archieven, foto's en video's, en dat is ontzettend belangrijk. Maar cultuur blijft uiteindelijk leven doordat mensen haar beoefenen, ervaren en doorgeven. Van mens tot mens, van lichaam tot lichaam, van stem tot stem en van generatie tot generatie. Dat gebeurde tijdens Andhe Andhe Lumut letterlijk voor mijn ogen.
Je hebt vaker verteld dat de repetities uiteindelijk veel meer werden dan alleen repeteren. Wat bedoel je daarmee?
Zodra je langere tijd intensief met een groep mensen samenwerkt, komt er vanzelf veel meer naar boven dan alleen talent of techniek. Iedereen neemt zichzelf mee de repetitieruimte in: je kwaliteiten, maar ook je onzekerheden, verwachtingen, overtuigingen en triggers. Dat gold voor de deelnemers, maar net zo goed voor mij.
Er waren momenten van verbinding en plezier, maar ook momenten van frustratie, misverstanden of onzekerheid. Soms werd iemand geraakt door een correctie. Soms ontstond er iets tussen deelnemers. Soms liep iets organisatorisch anders dan verwacht. En iedere keer kun je ervoor kiezen om alleen naar de situatie of de ander te wijzen, of jezelf de vraag te stellen: waarom raakt dit mij eigenlijk? Wat gebeurt er nu in mij? Wat heb ik hierin te leren?
Dat vind ik misschien wel een van de mooiste dingen die tijdens dit proces zijn gebeurd. De repetitieruimte werd soms letterlijk een spiegel. Niet omdat wij daar therapeutische sessies aan het houden waren, maar omdat samenwerken nu eenmaal zichtbaar maakt waar je staat.
En wat zag jij in die spiegel?
Best veel, haha. Ik kwam bijvoorbeeld mijn perfectionisme tegen en mijn enorme verantwoordelijkheidsgevoel. Als ik ergens mijn hart aan geef, wil ik dat het goed gebeurt. Dat is een kracht, maar diezelfde kracht kan ook een valkuil worden wanneer je denkt dat je alles moet dragen.
Ik heb mezelf tijdens dit project meerdere keren de vraag gesteld: doe ik het wel goed? Kan ik iedereen meenemen? Ben ik duidelijk genoeg? Geef ik voldoende ruimte? Wanneer moet ik vasthouden en wanneer moet ik loslaten? Dat zijn geen comfortabele vragen wanneer je midden in een productie zit waarin tientallen dingen tegelijk moeten gebeuren. Maar juist daardoor heb ik veel over mezelf geleerd.
Heeft dat jouw kijk op leiderschap veranderd?
Zeker. Leiderschap betekent voor mij steeds minder dat degene die vooraan staat alle antwoorden moet hebben. Ik denk inmiddels dat werkelijk leiderschap juist vraagt dat je jezelf durft te blijven onderzoeken. Je moet richting kunnen geven en beslissingen durven nemen, maar ook kunnen erkennen wanneer je iets niet weet of wanneer iets wat er gebeurt jou persoonlijk raakt.
Daarnaast heb ik geleerd dat je niet verantwoordelijk bent voor ieders proces. Je kunt ruimte creëren, voorwaarden scheppen, luisteren en begeleiden, maar uiteindelijk moet ieder mens zijn of haar eigen stukje dragen. Dat besef heeft mij geholpen om anders naar mijn rol te kijken. Ik hoef niet iedereen te redden of alles op te lossen. Soms is mijn taak simpelweg om aanwezig te blijven, ook wanneer iets ongemakkelijk wordt.
Welke rol speelden jullie vrienden en leermeesters uit Indonesië hierin?
Een hele bijzondere. Mbak Wati, Mas Damar, Mbak Bening, Mas Surono en Mas Jadmiko waren voor mij geen mensen die ik voor dit project ergens ben gaan zoeken. Zij maakten al deel uit van mijn vriendenkring. Ik kende hen en wist wat zij in huis hadden, zowel als mens als vanuit hun vakmanschap. Toen Andhe Andhe Lumut steeds concreter werd, heb ik hen benaderd met de vraag of zij samen met ons deze reis wilden aangaan.
Wat ik bijzonder vond, was dat de overdracht niet alleen plaatsvond doordat iemand uitlegde hoe een beweging of muziekstuk uitgevoerd moest worden. Werkelijke kennisoverdracht gebeurt ook door samen te zijn. Door te observeren, gecorrigeerd te worden, gesprekken te voeren, samen te lachen en soms eindeloos iets opnieuw te proberen. Juist doordat er al een basis van vriendschap en vertrouwen was, kreeg die samenwerking voor mij nog een extra laag.
Zijn er bepaalde Javaanse waarden die tijdens het proces meer betekenis voor je hebben gekregen?
Ja. Tijdens het proces kwamen onder andere de principes sawiji, greget, sengguh en ora mingkuh naar voren. Wat mij raakte, was dat ik ze steeds minder alleen als principes binnen de podiumkunst begon te zien. Ze werden bijna levenslessen.
Sawiji gaat voor mij over werkelijk aanwezig zijn en je aandacht geven aan wat je doet. Greget gaat over de bezieling en innerlijke kracht waarmee je iets neerzet. Sengguh gaat over weten wie je bent en vertrouwen hebben in wat je kunt, zonder jezelf boven een ander te plaatsen. En ora mingkuh gaat over niet weglopen wanneer het moeilijk wordt. Vooral die laatste heeft tijdens deze productie meerdere keren betekenis gekregen. Want een droom is prachtig zolang hij nog in je hoofd zit. Zodra je hem werkelijkheid maakt, kom je onvermijdelijk uitdagingen tegen. Dan wordt de vraag: blijf je staan?
Je noemt vaak het woord ‘thuiskomen’. Wat betekent dat inmiddels voor jou?
Ik denk dat mijn definitie van thuiskomen veranderd is. Vroeger koppelde ik roots misschien gemakkelijker aan een geografische plek: Java, Suriname, Nederland. Nu ervaar ik steeds meer dat thuiskomen niet noodzakelijk betekent dat je ergens naartoe terug moet.
Ik hoef niet te kiezen welk deel van mijn geschiedenis het meest ‘echt’ is. Java is onderdeel van mijn roots, Suriname is onderdeel van mijn verhaal en Nederland is onderdeel van mijn leven. Alles wat onderweg is gebeurd, heeft invloed gehad op wie ik vandaag ben. Ik hoef daar niets vanaf te halen om dichter bij mijn oorsprong te komen.
Misschien is dat juist een belangrijk inzicht voor mensen die tussen verschillende culturen zijn opgegroeid. Je hoeft jezelf niet in stukken te verdelen om ergens bij te mogen horen. Al die lagen mogen naast elkaar bestaan. Je mag zelf ontdekken hoe je ze met elkaar verbindt.
Hoe kijk jij vanuit dat perspectief naar de koloniale geschiedenis van jouw familie?
Ik wil die geschiedenis absoluut niet ontkennen of romantiseren. Er zijn dingen gebeurd die diepe gevolgen hebben gehad en waarvan de effecten soms generaties later nog voelbaar zijn. Daar moeten we eerlijk over kunnen spreken.
Maar ik wil ook niet dat slachtofferschap het eindpunt van het verhaal wordt. Wanneer ik naar mijn voorouders kijk, zie ik niet alleen wat hun is overkomen. Ik zie ook wat zij vervolgens hebben gedaan. Zij hebben geleefd, liefgehad, gezinnen gesticht, gemeenschappen gebouwd en delen van hun cultuur doorgegeven onder omstandigheden die ik mij nauwelijks kan voorstellen.
Daar zit voor mij enorme kracht in. Ik kan het verleden niet veranderen, maar ik heb wel invloed op wat ik vandaag met die erfenis doe. Welke verhalen geef ik door? Welke kennis haal ik opnieuw naar voren? Welke patronen mogen stoppen? En welke schoonheid wil ik juist bewaren?
Voor mij zit daar een belangrijk deel van veerkracht. Niet vergeten waar je vandaan komt, maar jezelf ook niet gevangen houden in wat er ooit gebeurd is.
Wat hoop je dan door te geven aan de volgende generatie?
Ik wil dat onze kinderen niet alleen kunnen vertellen waar hun voorouders vandaan kwamen. Ik wil dat ze iets kunnen vóélen wanneer ze gamelan horen, wanneer ze een Javaans woord herkennen, een verhaal horen of bepaalde waarden tegenkomen. Ze hoeven cultuur niet precies zo te beleven als mijn generatie of de generaties voor mij. Sterker nog, dat kan helemaal niet. Iedere generatie geeft er opnieuw betekenis aan.
Wat ik hoop door te geven is nieuwsgierigheid. Dat ze vragen durven stellen. Dat ze niet bang zijn wanneer ze iets niet weten. Dat ze hun roots niet zien als een examen waarvoor ze moeten bewijzen dat ze ‘Javaans genoeg’ zijn, maar als een bron waaruit ze mogen putten. Cultuur zou geen hek moeten zijn waarachter wordt bepaald wie wel of niet naar binnen mag. Het zou een deur moeten kunnen zijn naar verbinding, bewustzijn en begrip.
En toen kwam uiteindelijk de dag van de voorstelling. Wat gebeurde er met jou toen je zag wat jullie samen hadden neergezet?
Dat was moeilijk in één emotie te vangen. Natuurlijk was ik trots en opgelucht. Maar ik keek vooral naar de mensen. Ik zag deelnemers die gedurende het proces waren gegroeid. Ik zag verschillende generaties samen op één podium. Ik zag onze vrienden uit Indonesië naast mensen uit Nederland. Ik zag kinderen onderdeel worden van een verhaal dat vele generaties ouder is dan zijzelf.
Toen voelde ik heel sterk: dit is waarom we dit doen. Niet alleen voor die ene voorstelling en ook niet alleen voor het applaus. We creëren herinneringen. Misschien zit er straks een kind in de zaal dat over twintig jaar nog weet hoe het voelde toen het voor het eerst een gamelan hoorde. Misschien besluit iemand na deze voorstelling meer te willen weten over zijn of haar familie. Misschien ontstaat ergens een gesprek tussen een grootouder en een kleinkind dat anders nooit was gevoerd. Dát is voor mij de werkelijke impact.
En wat gebeurde er toen alles voorbij was?
Toen kwam de stilte. Dat vond ik misschien wel een van de meest kwetsbare momenten van de hele reis. Maandenlang leef je naar één moment toe. Andhe Andhe Lumut zit bijna dagelijks in je hoofd en ineens is het klaar. Toen onze vrienden uit Indonesië weer naar huis gingen, voelde ik echt een leegte. Ik miste het samenzijn, de energie, de gesprekken en zelfs bepaalde hectische momenten waarvan ik tijdens het proces waarschijnlijk had gewenst dat ze voorbij waren.
Ik heb daar niet meteen iets mee geprobeerd te doen. Die leegte mocht er zijn. Want als iets je werkelijk heeft geraakt, laat het iets achter wanneer het voorbij is. Dat betekent niet dat je erin moet blijven hangen. Het betekent dat iets belangrijk voor je is geweest.
Als je jouw hele journey uiteindelijk in één inzicht zou moeten samenvatten, wat zou dat dan zijn?
Dan zou ik zeggen dat Andhe Andhe Lumut mij heeft geleerd dat thuiskomen niet hetzelfde is als teruggaan.
Mijn reis gaat niet over terugkeren naar een verleden en proberen te worden wie mijn voorouders ooit waren. Ik kan hun leven niet leven en dat hoeft ook niet.
Mijn verantwoordelijkheid ligt in het heden.
Ik mag ontvangen wat zij hebben doorgegeven, onderzoeken wat onderweg verloren of veranderd is en vervolgens zelf bewust kiezen wat ik verder draag.
Java is onderdeel van mijn roots. Suriname is onderdeel van mijn verhaal. Nederland is onderdeel van mijn leven. En ik ben het levende vervolg daarop.
Misschien is dat uiteindelijk wat Andhe Andhe Lumut voor mij persoonlijk heeft betekend: ik hoef mijn verschillende werelden niet meer bij elkaar te proberen te brengen alsof ze ooit los van elkaar hebben gestaan.
Ze leven al in mij.
En vanuit die plek wil ik verder bouwen. Niet vanuit pijn om wat verloren is gegaan, maar vanuit liefde voor wat nog leeft en verantwoordelijkheid voor wat na ons komt."
